15 april 2010 - Wouter van Dieren
IJsland kan schuld met geothermische stroom betalen
Bij de onderhandelingen over de IJslandse schulden is de beste
oplossing hier niet aan de orde geweest: het afbetalen van schulden met
goedkope CO2-vrije elektriciteit. IJsland beschikt over geothermische
bronnen die nauwelijks worden gebruikt. De afstand tot IJsland zou te ver zijn en de bronnen worden door de
IJslanders met misplaatste trots beschermd - alsof ze ooit uitgeput
zouden raken. Ingezonden brieven in IJslandse kranten reppen over
hebzuchtige Engelsen en gierige Nederlanders die de economie willen
ruïneren. Aan zulke types zal IJsland zijn natuurlijk kapitaal nooit
willen uitverkopen, aldus de heetgebakerde publieke opinie.
Toch is het de beste oplossing. Het scenario ligt voor de hand. Er
komt een overeenkomst waarbij concessiehouders samen met EBN (Energie
Beheer Nederland, de co-investeerder namens de Staat) investeren in
stroomopwekking. Netwerkbedrijven investeren in leidingen naar
Schotland. Langetermijncontracten verzekeren Engeland en Nederland van
een afbetalingsregeling, uit te keren in kilowattuur. De inkomsten van
deze overeenkomst komen ten goede aan de investerende landen en worden
verrekend met de schulden.
Om hoeveel gaat het? IJsland is 3,8 miljard euro verschuldigd aan
Engeland en Nederland. Het beschikbare duurzame energiepotentieel,
inclusief waterkracht, bedraagt officieel 14,8 TWh per jaar. Bij een
stroomprijs van 8 eurocent per kilowattuur is dit voldoende om de
schulden in drie jaar te vereffenen.
Is het haalbaar? Geothermische energie kan op gunstige locaties
concurreren met stroom uit gas of steenkool. Brandstofprijzen maken
30-50 procent uit van de elektriciteitsprijs van een kolencentrale en
70 procent van een gasgestookte. Bij geothermie is er geen brandstof,
de hitte wordt gratis geleverd gedurende vele decennia.
Een gelijkstroomkabel zoals nu ook tussen Noorwegen en Nederland
(Norned) ligt, is nodig om de stroom naar Europa te brengen. Tot
Peterhead in Schotland volstaat: van daaruit is het hele Europese net
bereikbaar. Zon kabel zal de stroomprijs met zon 2 eurocent verhogen,
maar dat hoeft geen deal breaker te zijn. Ter vergelijking: het
Desertec-plan voor een grootschalige paraboolcentrale in de Sahara gaat
uit van een stroomprijs van 12 tot 15 eurocent.
De IJslandse variant is dus goedkoper, wellicht veiliger en lost
bovendien een groot politiek probleem op. Als we aannemen dat de
CO2-prijs en de brandstofprijzen de komende decennia sterk zullen
stijgen, dan wordt het IJslandse project zelfs aantrekkelijk.
Geothermie is een schone energiebron, die geen natuurlijke
fluctuaties kent, gemakkelijk schakelbaar is en dus geschikt om de
wisselvalligheid van toekomstige windparken op de Noordzee op te
vangen, zeker als de IJslandse waterkrachtreservoirs worden meegeteld.
De kabel kan dan in twee richtingen worden benut: IJslandse stroom deze
kant op en overschotten van windparken opslaan in de stuwmeren van het
eiland.
In Engeland werd eind maart door Jonathan Stern van het Oxford
Institute for Energy Studies en door de Britse energieautoriteit Ofgem
geconcludeerd dat de liberalisering van de energiemarkt is mislukt.
Engeland stevent na 2015 af op een groot gat tussen elektriciteitsvraag
en -opwekking. De benodigde 200 miljard pond die moet worden
geïnvesteerd voor 2020 komt in een geprivatiseerde markt niet vrij.
IJsland kan zonder problemen 2.000 megawatt erbij leveren.
In Nederland is van een consistent duurzaam energiebeleid nauwelijks
sprake meer. Technologie, kansen, behapbare kosten: het ligt allemaal
binnen handbereik. De grote vraag is wie deze kans grijpt.
Terug 
|