30 december 2009 - Wouter van Dieren
Wereld wentelt om na Kopenhagen
Iedereen is
teleurgesteld over Kopenhagen, omdat hooggespannen verwachtingen niet
werden gehonoreerd. Mooie woorden over verregaande CO2-reducties, maar
geen verdrag waarin deze kunnen worden afgedwongen. Toch wordt het
akkoord dat gesloten is ten onrechte als een mislukking beschouwd. Begin dit jaar vertelde Yvo de Boer, de secretaris-generaal van ‘Kopenhagen’, over zijn droom van een New Green Deal,
in een toespraak tot een klimaatvergadering van de Club van Rome en
GLOBE: de financiële crisis en de klimaatsverandering nopen tot een
historische omwenteling in de wereldeconomie. In mijn woorden:
samenwerking neemt het over van concurrentie, overheid en bedrijfsleven
herstellen samen economie en natuur, de marktideologen hebben het
nakijken. Als er duizenden miljarden uit de hoge
hoed worden getoverd om corrupte financiële instellingen te redden,
waarom dan niet voor de planeet zelf? Dat is niet ’economisch’ , zoals The Wall Street Journal
een half jaar geleden schreef. En om die stelling te ontdoen van zijn
perversiteit wordt dus bedacht dat er geen klimaatverandering bestaat. Maar
met het accepteren van de werkelijkheid in Kopenhagen maken zowel
Amerika als China een ommezwaai van jewelste. Het is uit en over met
het tijdperk van de ongebreidelde vernietiging van natuurlijke
hulpbronnen en de aarde zelf, zo efficiënt georganiseerd door wat men
vele decennia voor de economie heeft aangezien. Deze
’volkshuishoudkunde’ heeft het opbranden van het huis zelf als
vooruitgang verkondigd, en is daarin nog bijna geslaagd ook. Het
Kopenhagenakkoord bevestigt deze omwenteling. President Obama moet nu
het thuisfront gaan uitleggen dat varianten van de New Green Deal
onvermijdelijk zijn, vergelijkbaar met de ingrepen van zijn voorganger
Roosevelt in 1933 met de New Deal, in 1942 met de Oorlogseconomie, en van Johnson die in 1964 met de Great Society de basis legde voor het kwetsbare Amerikaanse zorgstelsel. Van
de agressieve krachten die Obama daarbij tegenkomt, kunnen
buitenstaanders zich bijna geen voorstelling maken. Het hart van de
Amerikaanse retoriek klopt bij het sociaal-darwinisme van de vrije
markt en het Verre Westen, de metafoor van de onbegrensde exploitatie
van de natuur, bevochten door pionierende individualisten die geen
overheidsbemoeienis duldden. Het geschreeuw uit die onbekende verten,
in duizenden radiotalkshows tegen Obama, tegen de VN, tegen China en
tegen Kopenhagen, is oorverdovend, en je siddert bij de haat en
moordzucht, vaak ook nog eens racistisch getoonzet. En
China? Daar bestaat deze polarisatie niet, wel de noodzaak om een
miljard mensen te eten te geven en een land te ontwikkelen dat nog maar
kort geleden in maoïstische armoede leefde. Anders dan gedacht bouwt
China geen ouderwetse roetcentrales maar past het de nieuwste techniek
toe, inclusief CO2-afvang en -opslag. Terwijl Amerika tot voor kort
dacht dat energiebesparing niet loont, heeft China een enorme
energietechnologische voorsprong genomen waarmee het ook de Amerikaanse
markt zal pakken. De
razende radioroepers hebben niet in de gaten dat het liederlijke
‘socialisme’ technisch en economisch superieur is geworden aan het
achterblijvende land van de Stars & Stripes. China kan
zich permitteren weinig toe te geven en veel te eisen: het zal de
doelstellingen toch wel halen, en ondertussen de onwilligen en
onwetenden overspoelen met zonnecellen, intelligente opslagsystemen,
efficiënte besturingseenheden, enz. enz. Het
autoritaire ondemocratische China laat zo een variant van de New Deal
zien. Er is geen Wall Street met hebzuchtige bankiers, geen
neoconservatieve pseudo-theocratische Grand Old Party die nog droomt
van de cowboy-economie. Beslissingen gaan razendsnel (men bouwt in vijf
jaar tijd 100.000 windmolens in de Gobi-woestijn), en men kent er geen
ideologische scheiding tussen markt en overheid. Het
Kopenhagenakkoord is een ceremoniële bevestiging van deze ontwikkeling,
met de slimme Chinezen aan het stuur en een toch moedige Obama, die in
het thuisland het neo-Romeinse imperium moet uitleggen dat het nog net
niet te laat is voor het lot dat ooit het oude Rome heeft getroffen. Lees ook het artikel in P+
Terug 
|