21 december 2010 - Wouter van Dieren
Kolenverstokers moeten toontje lager zingen
Het oordeel van de advocaat-generaal bij het Europees Hof van
Justitie in Luxemburg over de onrechtmatigheid van de milieuvergunningen
voor de kolencentrales op de Rotterdamse Maasvlakte en bij de Eemshaven
in Groningen betekent een dramatische wending in het slepende conflict
tussen de energielobby en de natuurbescherming (NRC Handelsblad, 17
december). Het gaat in eerste instantie over de kolencentrales van
RWE-Essent, E.ON en Electrabel. Ook de Nuon-centrale in de Eemshaven,
die zal worden gestookt op een combinatie van gas en poederkool, wordt
getroffen door dit oordeel.
In 2008 werd de bouw van de Nuoncentrale stilgelegd na een
uitspraak van de Raad van State over ontoelaatbare emissies, vooral van
stikstofoxiden (NOx), omdat het landelijke plafond daarvan was bereikt.
De kosten van wat een vertraging van veertien maanden zou worden,
beliepen uiteindelijk zo’n 400 miljoen euro. Dat was reden voor Nuon om
naar overeenstemming te zoeken met de procederende milieupartijen – de
Waddenvereniging, Milieufederatie Groningen en andere –, bijvoorbeeld
door in een convenant over te seponeren juridische beroepsprocedures
meer milieumaatregelen en minder CO2-emissies, steun voor lokale
duurzame energie en natuurcompensatie vast te leggen.
Een jaar geleden werd de bouw van de Nuoncentrale herstart, met
als steun in de rug een intentieverklaring tussen milieupartijen en een
aantal Eemshavenbedrijven, waaronder RWE-Essent en Groningen Seaports.
Ook de Provincie Groningen schoof aan. Het voorbeeld voor het convenant
was de consensus over de gaswinning in de Waddenzee, waarbij partijen
het met elkaar eens werden over een gedoogbeleid – hand aan de kraan –
en een programma voor natuurherstel, gesteund door het Waddenfonds, van
800 miljoen euro.
Sinds de intentieverklaring is er nauwelijks meer vooruitgang
geboekt. RWE-Essent is daarbij de uitblinker in pappen en nathouden
gebleken, die meende dat strooien met spiegels en kralen zou leiden tot
goodwill, tot lokale verankering en tot het buitenspel zetten van de
milieupartijen. Sponsoring van zeehondjes, de brandweer en de
dorpsvoetbalvereniging, dat soort werk.
Hoewel de juridische conflicten over NOx-emissies gaan, ligt de
kern van het conflict bij de combinatie van kolen en CO2. Voorstellen
werden gedaan om tot een nettovermindering van CO2-uitstoot te komen,
door verouderde RWE- en Vattenfall-centrales elders in Europa
vroegtijdig te sluiten en de nieuwbouw die productie te laten overnemen.
Dat zou voor de procederende partijen een aantrekkelijk compromis zijn
geweest. Men dacht daarbij ook ondergrondse CO2-opslag in de regio te
kunnen afdwingen, hoewel daar technische ruimte noch publiek draagvlak
voor bestaat. Uiteindelijk is er geen compromis gekomen.
De milieupartijen hebben aangekondigd dat zij, in het geval dat
het Europees Hof van Justitie het oordeel van de advocaat-generaal
overneemt, verder procederen, om de bouw van deze centrales weer stil te
laten leggen. VNO-NCW en andere partijen achten dit onacceptabel en een
schoolvoorbeeld van groene onverantwoordelijkheid waarmee de economie
weer wordt gesaboteerd.
De realiteit is dat we hier een schoolvoorbeeld zien van het
morele bankroet waarin sommige bedrijven – dus niet alleen de banken –
denken te kunnen opereren. Toen in 2008 de bouwstop voor Nuon werd
afgekondigd, vroeg het management verbaasd of die Waddenzee nou echt zo
belangrijk was. Het ging toch om een grote modderpoel, ze hadden toch
een vergunning, ze hadden toch een natuurcorridor aangelegd voor een
bijzondere muizensoort?
Nadat de Raad van State medio 2009 tot een adviesvraag bij het
Europees Hof voor Justitie had besloten, dacht de energielobby dat de
uitspraak eigenlijk alleen maar kon meevallen. Het NOx-plafond mocht dan
wel bereikt zijn, in de praktijk werden de nodige technische
maatregelen wel getroffen en veel schade door NOx is er niet.
De les is dat noch het Europees Hof noch de Raad van State
politieke afwegingen maakt – zij zijn er om de naleving van de wet te
toetsen. Het beoogde compromis met de milieupartijen ging over de geest
van de wet: het compenseren of verminderen van relevante schade – CO2 –
en daarmee over de zogeheten license to produce.
Die boodschap kwam niet aan. Misschien dat de energiebedrijven die les nu wel hebben geleerd.
Terug 
|