Publicaties
Publicaties

Hieronder de complete lijst met artikelen die door IMSA zijn geschreven of over ons zijn verschenen. Klik in het menu hiernaast voor een overzicht per jaartal.

14 maart 2009 - Wouter van Dieren en Arnold Heertje
Het herstel van deze economie leidt tot een ramp

Onderstaand artikel is opgenomen in het NRC-eBook ‘Overleeft de vrije markt de kredietcrisis?’ De collectie artikelen is ook beschikbaar op het internet, in de vorm van een interactieve tijdbalk, zie www.nrc.nl/tijdbalkkredietcrisis.


We hebben er lang op gewacht, maar nu is het dan eindelijk zover. Nadat enkele tientallen landen al weken of maanden geleden zijn begonnen veel geld in de economie te pompen komt Nederland met een oud konijn uit de hoed: stimuleren en bezuinigen. We hadden nog even goede hoop dat men zich zou laten inspireren door de alsmaar luidere boodschap dat de gangbare recepten niet meer werken. Zelfs de naaste buurman, Noord-Rijn Westfalen, heeft een soort van New Green Deal aangekondigd. Van de 65 miljard dollar die, een ander voorbeeld, Zuid Korea investeert gaat 36 miljard naar de duurzame economie, goed voor 960.000 banen. Maar nee, in Nederland is vooral weer gepolderd en uitgeruild. Mag ik van jou zoveel miljard voor extra zorg, dan krijg jij van mij wat minder bouw, of wat extra WW, meer of minder aanrecht, meer of minder onderwijs, meer of minder wegen. En vooral heel veel inzet op het heilige begrotingstekort. Enzovoort. Enzovoort.

Oude recessies in oude tijden ontstonden inderdaad meestal door te weinig bestedingen en te hoge overheidsuitgaven. Uit die ervaring is de standaardinterventie gegroeid van bezuinigingen en stimulansen, en dat heet ook nu weer de uitweg. Geen woord over het global casino, het flitskapitaal, de luchtbeleconomie, de mislukte vrijemarktideologie en geen enkele referentie aan de klimaatverandering, de energiecrisis en, om nog maar een paar vastlopende kwesties te noemen, de aanstormende voedseltekorten, ontbossing en natuurverliezen. Decennia lang golden deze onderwerpen als ofwel niet relevant of als “externe effecten”, hinderlijke bijzaken van de reële economie.
Wat men aldus laat liggen valt af te lezen aan de laatste Amerikaanse New Green Deal cijfers. Initiatieven voor duurzame energie besparen de Amerikaanse economie  450 miljoen dollar voor iedere geïnvesteerde miljard, er zouden 30.000 arbeidsjaren mee gemoeid zijn, en bijna 600.000 ton minder CO2-emisssies tussen 2012 en 2020.
Volgens de UN zou een heffing van 10 dollar op ieder vat olie, ongeacht de hoogte van de olieprijs, de consument 1 à 2 cent aan de pomp kosten en 150 miljard dollar per jaar opleveren, voldoende om wereldwijd de armoede uit te bannen en het energie- en klimaatprobleem succesvol aan te pakken.
Je zou verwachten dat aan het einde van deze recessie zulke oplossingen zullen zijn gevonden, maar als het aan het Kabinet  ligt, zijn we straks weer terug bij af. In 2010 moet er massaal bezuinigd worden en iedereen zal moeten boeten voor het mislukte Anglo-Amerikaanse economische experiment.

Dat aan de basis van deze recessie de zwendel van de financiële markten staat, behoeft geen verder commentaar. Maar er zijn meer oorzaken die nauwelijks worden onderkend. Die hebben te maken met het overspannen gedrag van het moderne management, dat wij de bomen-in-de-hemelillusie noemen. Een andere oorzaak is het geringe besef bij investeerders, overheden, managers en economen met betrekking tot de betekenis van het natuurlijk kapitaal, dat in veel economenjargon zelfs niet voorkomt. Oorzaken zijn ook consumenten die zich anders gedragen dan deze managers en economen zouden willen. Ook de natuur gedraagt zich niet conform de oude economische mantra’s. Pakt men deze essenties niet aan, dan zijn de oude instrumenten bij voorbaat tot mislukken gedoemd.

Enkele voorbeelden. Neem de automobielindustrie. General Motors gaat failliet omdat het management de wereld niet kent, het klimaat- en energieprobleem negeerde en de consumenten niet begreep. Hun hoge bomenillusie baseert zich op de overtuiging dat de vrije markt het enige kompas is voor de economie, waarin voor overheidsinterventies met betrekking tot energiebesparing of CO2-maatregelen geen legitimatie bestaat, waarin verspilling normaal is en waarin er geen grenzen zijn. Iedere Amerikaan iedere drie jaar een nieuwe auto. Emissiewetgeving werd heftig bestreden en kostbare olie moest en zou spotgoedkoop in de draaikolk van de achtcilinders verdwijnen. In Denemarken wordt veel belasting geheven op nieuwe auto’s en bijgevolg rijdt de consument een decennium of langer met zijn auto, waardoor niet de verkoop maar de onderhoudsindustrie floreert. In de gezamenlijke prognoses van de Europese auto-industrie vinden we weinig referentie aan het Deense model en veel hoge bomen. De consument moet eraan geloven: iedere drie jaar een nieuw model en een op de vier Europeanen een auto, kinderen inbegrepen.

Nu dit niet gebeurt en de consument wat langer met zijn wagentje doet, raken honderdduizend mensen hun baan kwijt. De paniek slaat toe en de remedies zijn ernaar: de vraag moet weer omhoog en de auto-industrie ontvangt staatssteun. President Sarkozy maakte het bont door zijn voornemen de productie van Peugeot en Citroën uit Midden-Europa weg te halen en in Frankrijk zelf te subsidiëren. Dat leidt tot circa vijf miljoen extra onverkoopbare auto’s. Er is niet eens voldoende parkeerruimte om ze op te slaan. Meteen door naar de sloop dus? Of moet de basis van deze gekte zelf worden aangepakt? Die ligt in Absurdistan, een land dat overal in Europa voorkomt. In Absurdistan wordt bruinkool gewonnen. In dagbouw, dus zien we uitgestrekte omgeploegde, uitgegraven landschappen, tientallen kilometers lang, een paar kilometer breed en vijfhonderd meter diep. Honderden dorpen en kleine steden moesten het veld ruimen. De bruinkool gaat naar de ketels van energiecentrales, die vele duizenden megawatt elektriciteit produceren voor de aanpalende hoogovens. Aldaar wordt staal geproduceerd, dat op zijn beurt aan machinefabrieken wordt geleverd, waar men de kolossale graafmachines bouwt die de bruinkool afgraven. Hoewel de cyclus rond lijkt, is hier geen sprake van een kringloopeconomie, want er is een eindproduct of netto output in de vorm van het vernielde landschap en CO2-emissies. Toegegeven, de werkgelegenheid was hier tot voor kort verzekerd. Wie het niet gelooft reize naar Noord-Bohemen tussen Teplice en Ostrava of naar Gatzweiler achter Kleef. Maar Absurdistan is vooral een metafoor.

Een ander voorbeeld, de luchtvaartsector. Schiphol wil groeien van de huidige circa 45 miljoen passagiers naar 85 miljoen in 2025. In Engeland stegen 228 miljoen passagiers op in 2005, en in 2030 moeten dat er 490 miljoen zijn. De optelsom voor heel Europa gaat uit van 1,2 miljard in 2030. Ter vergelijking: momenteel worden er wereldwijd twee miljard vliegreizen gemaakt. Alleen al voor Engeland impliceert dit iedere vijf jaar een nieuw Heathrow, voor heel Europa is dat tien tot vijftien nieuwe Heathrows per vijf jaar.

Je zou verwachten dat er dus ergens een rood lampje gaat branden, want dit kan toch niet waar zijn?

In het wereldbeeld van het luchthavenmanagement leken allerlei zogenaamde terugkoppelingen tot voor kort niet te bestaan. Dit zijn gebeurtenissen, effecten of invloeden die het (lineaire) verwachtingspatroon corrigeren, remmen of in andere richtingen dringen. Zoals olietekorten en hogere kerosineprijzen, klimaatmaatregelen en vliegtax, wetgeving tegen geluidshinder, logistieke ellende op luchthavens en in vliegcorridors, maar vooral weerzin tegen het vliegen zelf. Niet alle Engelse consumenten gaan alle vakanties naar alle aangeboden bestemmingen. In de prognoses wordt dit wel verwacht.

Omdat de bomen klaarblijkelijk weigeren om vijfhonderd meter hoog te groeien, neemt het management (en de beurs) dat allereerst de bomen kwalijk. Vervolgens komt de zogenaamde winstwaarschuwing, hetgeen betekent dat aandeelhouders moet worden uitgelegd dat de bomen niet doen wat ze moeten doen of dat het management de bomen niet heeft begrepen. Iedereen heeft zich rijk gerekend. De optelsom van al deze overspannen prognoses vertaalt zich op een dag in een recessie. Realistischer is het om te concluderen dat de wereldeconomie met harde hand in de realiteit wordt gedrukt. Alleen sequoia’s groeien meer dan honderd meter hoog.

In de betreffende ondernemingsplannen wordt standaard gerekend met een flowmodel, snelle doorstroming van grondstoffen, transport, productie, verkoop en consumptie naar afval. Veel minder aandacht is er voor de onvervangbare, niet -reproduceerbare kapitaalvoorraden van de natuur, waarmee iedere producent te maken heeft. In China wordt gerekend op 1,46 miljard inwoners in 2030, het jaar waarin het land het inkomensniveau per hoofd van Amerika anno 2009 zal bereiken. Dat impliceert dus een equivalent van 1,1 miljard auto’s. Het land zou daarvoor dan per dag 98 miljoen vaten olie nodig hebben. De huidige wereldproductie bedraagt 85 miljoen vaten. Ook als de helft van deze automobielen hybride of elektrisch zou zijn, zullen die waarschijnlijk niet vaak in beweging komen. Het benodigde asfaltoppervlak plus overschakeling op biodiesel of ethanol veronderstelt twee maal het grondareaal van de huidige rijstproductie.

De natuurlijke kapitaalvoorraden van de hele wereld lopen tegen deze Chinese paradox aan. Opmaken loont, maar leidt tot niets. Dat er duizelingwekkende bedragen zijn gemoeid met het uitputten van de natuurlijke voorraden, die dan in de cijfers van de economie verschijnen als groei, is niet alleen een rekenkundige anomalie, maar zou vooral alarmbellen moeten doen rinkelen. De regenwouden van Zuidoost-Azië zijn op deze manier vernietigd, de plunderende elites wonen in het steenrijke, decadente Singapore, waar deze miljardendestructie wordt bijgeschreven op de rekeningen van casinobanken – en dat heet dan de wereldeconomie. Nu dit casino op spectaculaire wijze wordt blootgelegd, gaan de consumenten in staking; ze leggen de vraag stil. De positieve effecten daarvan zijn legio. Er wordt weer gespaard. Minder vakanties, en dichter bij huis. Minder vliegreizen, dus minder geluidshinder, minder CO2, en kostbare energiebesparing. Minder overspannen consumptie en dus minder afval. Minder nieuwe bedrijfsterreinen, dus meer uitgespaard landschap. Minder nieuwbouw en leegstand in de vastgoedsector. Tel uit je winst, zouden wij zeggen, maar al dit goede nieuws komt niet in de cijfers tot uitdrukking. In april wordt het rapport van Nobelprijswinnaar en econoom Joseph Stiglitz verwacht, die in opdracht van Sarkozy dit soort weeffouten van het BNP moet corrigeren. Want gebeurt dat niet, dan blijft de wereld ook in tijden van totale uitputting denken dat dat onontkoombaar is. Het activeren van het tegengaan daarvan, dus het bewaken van de voorraad, is een waarschijnlijke aanbeveling.

Het gaat om systeemfouten. Een interessante correctie daarvan is de door de Duitse wetenschappers Ernst von Weizsäcker en Friedrich Schmidt Bleek ontwikkelde resource-effiency, waarvoor zij de Japanse Takedaprijs ontvingen, equivalent van de Nobelprijs. Zorg ervoor dat de hoeveelheid energie en milieu per eenheid BNP afneemt met een Factor 10, dan resulteert dat in herstelde natuurlijke kapitaalvoorraden en een duurzaam BNP. In het Zweedse mijnstadje Hällefors staat een Factor-10-gebouw (waarin een Design Academy is gevestigd), bewijs van de stelling dat het concept levensvatbaar is. In een aantal landen is resource-efficiency opgepikt als een kansrijke optie voor de nieuwe economie. In het Bommelverhaal De bovenbazen tiert de ondernemer Amos W. Steinhacker echter over dit soort voorstellen: “De natuur is de vijand van het kapitaal! De natuur werkt gratis! En gratis is een vloek! Niet de natuur moet produceren! Wij moeten produceren! Wij! Wijzelf!”. Toonder schreef dit in 1963, en het verhaal gaat over de kredietcrisis.

De wereldeconomie voorbij de recessie zal dus niet moeten gaan over de terugkeer naar de steeds snellere doorstroming van grondstoffen naar afval, maar over het herstel en scheppen van kapitaalvoorraden, in de vorm van een permanente energievoorziening, stabilisering van het klimaat, beveiliging tegen komende extreme weersomstandigheden, droogte en wateroverlast, herstel van de natuur en de biodiversiteit en, meestal genegeerd, drastische maatregelen om de landbouwproductie veilig te stellen. Na 2025 is het fosfaat op. Zonder fosfaat geen landbouw. Einde verhaal.

Een voorbeeld dichter bij huis om dit te verduidelijken. Het CPB meldde dat het isoleren van oude woningen geen soelaas biedt tegen de recessie. In onze optiek is dit juist wel het geval. Het aardgas raakt op. De voorraad ervan (het kapitaal) staat niet op de nationale balans. Verminderd verbruik verschijnt in het BNP niet als besparing of inkomen, maar als tegenvaller. Via ICES- en FES-gelden zou dit aardgaskapitaal vervangen moeten worden door nieuw (infra)kapitaal, maar dit is nauwelijks gebeurd en bovendien niet interessant. Oprakend energiekapitaal dient vervangen te worden door een nieuwe energievoorraad. Als een paar miljoen oude woningen worden geïsoleerd, dan telt de energiebesparing die dat oplevert als een versterking van de gasvoorraad. Als alle woningen zouden worden uitgerust met zonnepanelen en warmtepompen en er grootschalig wordt geïnvesteerd in windparken en getijdencentrales, dan ontstaat  er een duurzame energievoorziening die op een dag de opgeraakte aardgasvoorraad inhaalt en passeert. Want wind en zon raken niet op. Investeringen hierin zijn niet inflatoir, veroorzaken geen begrotingstekort, zijn zeer welvaartsverhogend, zorgen voor veel werkgelegenheid en gaan over de nieuwe economie. Zelfs de automobielindustrie kan hieraan meedoen. Zodra het wagenpark grotendeels hybride of elektrisch is, kan het gezamenlijke accuvermogen met behulp van intelligente collectieve schakel- en oplaadsystemen één massale opslag worden voor elektriciteit. Een auto is zelden een rijtuig en meestal een statuig, en stopcontacten kun je overal aanleggen. In China en Israël, jazeker, wordt aan deze ontwikkeling gewerkt.
De reden dat deze effecten niet in de CPB-berekening voorkomen is de regel dat zulke investeringen in zo'n twintig jaar terugverdiend moeten worden. Daartoe dient dan de discontovoet van 3 à 4% met een risico-opslag van enkele procenten. Aldus redenerend worden de genoemde investeringen niet uitgerekend als langetermijn kapitaalvorming maar als korte termijn businessplannen. Delta- noch Zuiderzeewerken, dijken, polders, snelwegen, Concertgebouw noch Rijksmuseum hadden conform dit denkmodel ooit geschapen mogen worden. Hef deze onzin op, en het eindbeeld verandert drastisch.

Waar gaat het in de echte wereld om? De energievraag groeit tot 2030 met 45%, en de olieprijs stijgt de komende jaren naar 180 dollar per vat. Broeikasgas-emissies nemen tot 2030 met eveneens 45% toe, en de temperatuur stijgt bijgevolg met 6oC. De gevolgen gaan iedere voorstellingsvermogen te boven. Alleen al de economische kosten ervan zullen 5-10% van het wereld BNP bedragen - een veelvoud van wat de kredietcrisis tot dusver heeft gekost. En 4 miljard mensen zullen in 2030 beneden de absolute armoedegrens moeten proberen te overleven, grotendeels ten gevolge van economische systeemfouten en de klimaatsverandering. Wie de afgelopen jaren aanklopte bij de bank en het global casino voor investeringen in groene innovatie oplossingen kreeg steevast te horen dat die niet "bankabel" waren, want de risico's heetten te groot. De werkelijke redenen van deze weigering om in de echte toekomst te investeren zijn inmiddels duidelijk geworden. Wie zich verlustigt in het piramidespel wil niet weten van de woestijn.

Als men zich blind en doof toont voor de schreeuw om een groene, veilige, betere wereld, dan kan met rekenen op populistische escapades. Als men de banken met belastinggeld overeind houdt, maar tegelijkertijd de casinokapitalisten ongemoeid laat die diezelfde banken met hun beursgedrag onderuit halen, dan leidt dat onherroepelijk tot massaal consumentencynisme en niet tot het vertrouwen waar politici en ondernemers zo naar snakken. Als men nu pleit voor het schrappen van milieuregels, omdat die het economisch herstel zouden hinderen, dan is dat niet alleen analytisch maar ook economisch onjuist. Milieuwetgeving heeft sinds 1970 miljoenen banen geschapen en werkt welvaartsverhogend. Dynamische bestuurders, projectontwikkelaars en politici die zeggen veel last te hebben van deze wetgeving, moeten bij zichzelf te rade gaan. Het is niet de wetgeving, maar de ondeskundige omgang ermee (door henzelf) waardoor er blokkades ontstaan.

Deze recessie is anders dan alle vorige, en het oude economenrepertoire schiet tekort om antwoorden te geven. De aanwijzingen dat het hier gaat om een historische transitie worden met de dag duidelijker. Wij voorspellen dat zowel de Amerikaanse als de Chinese economie sneller deze transitie in gang zullen zetten dan de Europese. Weliswaar zal het Rijnlandse model in ere worden hersteld en zal het neoliberale verhaal verdampen, Europa heeft ook tekort aan vernieuwende denktanks en academische instituties waar de transitie kan worden verankerd, om maar niet te spreken over de nagalm van de marktideologie, de misvattingen der klimaatsceptici en de ideeën van gisteren, die vandaag als witte rook uit de schoorsteen van het Binnenhof kringelen.


Terug 

IMSA zoekt wegen naar duurzame ontwikkeling, zowel samen met opdrachtgevers als op eigen initiatief. Daarbij kiezen we nadrukkelijk positie op het grensvlak van bedrijven, overheid, wetenschap en de kritische buitenwereld.



  Deze video gaat over IMSA Amsterdam, over onze visie en inspiratiebronnen.

Deel 1:   'Inspiration to change' 
Deel 2:   'Politics of change' 





IMSA Amsterdam
Prins Hendriklaan 15
1075 AX Amsterdam
Tel.: +31(0)20-5787600
Fax: +31(0)20-6622336
info@imsa.nl