Publicaties
Publicaties

Hieronder de complete lijst met artikelen die door IMSA zijn geschreven of over ons zijn verschenen. Klik in het menu hiernaast voor een overzicht per jaartal.

07 februari 2000 - Wouter van Dieren
Het onwankelbare geloof in de markt

Onlangs waarschuwde Eurocommissaris Bolkestein voor de aarzelingen in een aantal EU-landen wat betreft een verdere liberalisering van de economie. Het laat zien hoe het marktdenken steeds meer het karakter van een ideologie heeft gekregen.

Onlangs heeft Frits Bolkestein, lid van de Europese Commissie, een toespraak gehouden waarvan de verstrekkende betekenis te weinig aandacht heeft gekregen. Behalve in NRC-Handelsblad, waarin de rede stond afgedrukt en enkele commentaren zijn verschenen, hebben andere media in Nederland en zeker daarbuiten de boodschap van Bolkestein niet opgepikt.

In de toespraak, die Bolkestein op 6 januari in Den Haag hield, waarschuwt hij voor vertraging van het proces van de liberalisering; met name van de electriciteitssector, niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. Wie aan dit heilzame gebeuren niet wil meewerken zal eindigen als museumstuk, zo stelt hij uitdagend. Aanleiding van zijn filippica is de toenemende aarzeling bij politici en beleidsmakers om de tien jaar geleden ingezette vernieuwing in de richting van liberalisering en marktopening ook daadwerkelijk af te ronden. In zijn woorden zijn deze twijfels tekenen aan de wand, verouderde reflexen van etatisme, politiek opportunisme en 'gebrek aan profiel', waaronder vooral partijen als D66 en CDA zouden lijden. Het nut van de geliberaliseerde economie staat immers buiten kijf: de tucht van concurrentie en markt maakt de wereld beter, daar de productie efficiënter wordt en de kosten voor consumenten lager zullen uitvallen. De standpunten van Bolkestein zijn meer dan een pleidooi voor liberalisering; zijn tekst heeft nogal te lijden onder vooringenomenheden en ideologische fantasieën, en het is verontrustend aldus te moeten vaststellen dat de canon van de Europese Commissie alleen nog maar dat ene liedje zingt: liberalisering is goed, de vrije markt is goed, en dat Bolkestein met zijn collega Mario Monti optreedt als een soort economische zedenpolitie die de kuisheid van de vrije markt moet bewaken.

Voor wie het niet meer weet: het Verdrag van Rome (1957) kwam ooit tot stand als een reactie op het verdeelde, oorlogvoerende Europa, in de verwachting dat het Europa van de toekomst één zou worden in een nieuw, glorieus concept van economische, politieke en culturele voorspoed. De Bolkesteinse liberalisering komt er niet in voor.

De weerstanden waartegen Bolkestein fulmineert zijn dezelfde die de WTO-conferentie in Seattle hebben doen mislukken. In diverse commentaren is zeer laatdunkend gedaan over de WTO-protesteerders, wier verhaal werd gebagatelliseerd tot een soort hooliganisme toen het protest, al dan niet aangesticht door provocateurs, uit de hand liep. De werkelijkheid is dat een paar duizend respectabele organisaties zich bij de WTO hebben gemeld met terechte zorg en feiten over de realiteit van de wereldeconomie zoals die niet door de beurskoersen en evenmin door de financiële pagina's wordt weerspiegeld. Wie steeds maar roept dat het goed gaat met de economie en met het Paarse Nederland dient zich op een dag ook eens af te vragen wat er achter het moderne hedonistische rookgordijn werkelijk aan de hand is. Want markt en liberalisering doen niet wat zij moeten doen.

Het liberaliseringsmodel heet ook wel de Washingtonconsensus. Volgens deze bestaat de wereldeconomie inderdaad uit een afgerond concept van kapitaalverschaffers, financiële markten, productie en consumptie, vrije prijsvorming, opgeheven handelsbelemmeringen en terugtredende overheden. In de marge wordt toegegeven dat de overheid er wel mag zijn om de spelregels mede te bepalen, maar er mag vooral niet te veel overheid zijn. De Washingtonconsensus is een ander woord voor het einde der ideologieën. De strijd is gestreden, het politieke debat is dus voorbij, de wereld heeft definitief vorm gekregen. Sommigen noemen dit proces De Nieuwe Economie. Essentie is dat we alleen nog maar rijker zullen worden als we ons aan dat ene model houden.

De hieruit volgende managementroes heeft inmiddels allerlei maatschappelijke sectoren in zijn greep. Recentelijk nog werd geopperd om ook het openbaar ministerie te privatiseren; particuliere politiediensten zijn in de hele wereld al gemeengoed geworden (met de bijbehorende corruptie), en ook het leger moet eraan geloven. In Engeland concurreren legeronderdelen op de personeelsmarkt en er gaan stemmen op om het leger tegen betaling in te zetten in leuke deelmarkten, zoals een oorlogje hier en een conflictje daar. Hoewel dit aberraties zijn die typerend voortkomen uit onbegrip voor het oorspronkelijke beginsel, valt de genoemde roes vooral te verklaren uit de repeterende behoefte aan alles verklarende totaalconcepten. In essentie is de liberaliseringsgolf een maakbaarheidsideologie pur sang, waarbij Karl Marx en Das Kapital zijn vervangen door Charles Market en The Capital. Kenmerkend is het geloof dat er één programma is waarmee de hele wereld aangestuurd kan en zelfs moet worden. Wat niet volgens dit programma verloopt wordt ofwel niet waargenomen of tot afwijking van De Nieuwe Waarheid verklaard. Totalitaire ideologieën zijn van alle tijden.

Wie er beter van wordt, de samenleving en het bedrijfsleven in ieder geval niet. Een recent rapport van de Universiteit van Tilburg analyseert een van de effecten van het liberaliseringsproces: de constante fusiegolf waartoe banken, beursanalisten en managers elkaar opjagen (vanwege De Globalisering, weet u wel). Vrijwel geen van deze fusies of overnames leverde op wat men ervan verwachtte, zo blijkt. Integendeel. Voor insiders is dat geen verrassing. Wrijvingsverlies bij reorganisaties is een gegeven, en wanneer de fuserende partijen te groot en ongrijpbaar zijn, worden die verliezen dominant. Terugblikkend en desgevraagd hebben de fuseerders dan ook vooral spijt. Wie zich op tijd verzette en 'klein' durfde te blijven, blijkt uiteindelijk de winnaar.

Toen in 1990 de Sovjet-Unie in het niets oploste, woedde er een hevige strijd tussen de economen van de West-Europese school, die het model van de verzorgingsstaat en de beperkte markt aanhingen, en de Chicagoschool, die aan de Russen de panacee van de onbelemmerde markt wilden slijten. De Amerikanen wonnen, en de gevolgen zijn bekend: honderd miljoen mensen aan de bedelstaf, scholen, gezondheidszorg, openbare orde, leger, landbouw en de hele economie in chaos en verval. Alleen al in Moskou leven zeshonderdduizend straatkinderen. In enkele recente artikelen verdedigt de ideoloog van deze economische orkaan, de Harvard-hoogleraar Jeffrey Sachs, zich tegen critici als de econome Hazel Henderson, die onlangs heeft geopperd om Sachs c.s. voor een tribunaal te dagen. Niet de geliberaliseerde vrije markt zelf is de oorzaak van het Russiche debacle, maar de Russische mentaliteit en de geografie, zo durft Sachs te schrijven. Iedere waarnemer kent de werkelijkheid en die is dat het model van de Chicagoschool per definitie tot een maffia-economie leidt als de sociaal-economische infrastructuur van banken, rechtspraak, controle, regelgeving, kamers van koophandel, notariaat, scholing, sociale zekerheid etc. onvoldoende aanwezig is. In Rusland is datgene wat daarvan over was onder invloed van de liberalisering in enkele jaren van de kaart geveegd.

De primaire maat voor de globalisering en de liberalisering zou moeten bestaan uit een toegenomen welvaart over de hele wereld. Dat is tenslotte het uiteindelijke doel, het ijkpunt bij uitstek. De zogenaamde Gini-coëfficient (Wereldbank) berekent iedere vijf jaar gelijkheidsindexen voor de continenten; met 1995 als referentie blijkt dat de inkomensongelijkheid in Noord- en Zuid-Amerika, Rusland, Oost-Europa, Afrika en Midden-Oosten sterk toeneemt; in Zuidoost-Azië en West-Europa is die trend eveneens aanwezig, maar minder drastisch. De Noord-Zuidongelijkheid is in deze korte tijd met een factor vier toegenomen. Zo'n 112 landen lijden onder een netto export van vruchtbare grond, van kennis en kapitaal, en dat getal neemt toe tot 160 à 180 landen in 2025. De biodiversiteit, die de enige maat is voor de biologische grondslag van de toekomst, neemt nog altijd af en het tempo is onverminderd hoog, volgens het Living Planet Report (1998) van het WWF. Gemeten in bosareaal (wat niet de enige variabele is) neemt de biodiversiteit in de komende vijf decennia af tot vrijwel nul. Ook de welbeheerde productiebossen van het noorden redden het niet tegen de ongelimiteerde krachten van urbanisatie en hebzucht. In de global scenarios van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) te Genève wordt hierover gezegd: "Alleen al door de globalisering en liberalisering van de markten, samen met de druk van snelle urbanisering, zijn sociale ongelijkheid en sociale spanning zo toegenomen dat het hele voortbestaan van het menselijke en natuurlijke milieu wordt bedreigd."

Het meest ingrijpende is de klimaatsverandering, waarover zo ongeveer iedere week nieuwe gegevens verschijnen. Vorige week meldde de National Research Council, een onderdeel van de Amerikaanse Academie, dat de aarde toch weer sneller blijkt op te warmen dan tot voor kort o.a. door het IPCC werd gedacht en dat dit een proces is van vooral de laatste twintig jaar. Een van de effecten is dat het arctische ijs met 36.000 km2 per jaar afneemt. Antarctica ligt wellicht nogal ver weg, dichter bij is wat de New Scientist op 27 november 1999 meldde: dat er tekenen zijn die erop wijzen dat de Warme Golfstroom zijn koers aan het verleggen is. Dat zou ertoe kunnen leiden dat West-Europa versiberiseert ofwel een nieuwe ijstijd tegemoet gaat.

Wat dit alles met de ideeën van Bolkestein te maken heeft moge duidelijk zijn. In zijn wereldbeeld moeten we de krachten van de economie in vrije handen geven, en ieder die iets anders wil, denkt en leeft in anachronismen. De weerstanden die hij waarneemt komen echter voort uit de overtuiging dat er belangrijkere condities zijn dan lage prijzen en concurrentie waaraan politiek en economie gehoor zouden moeten geven; sterker nog, dat de Washingtonconsensus een ideologisch artefact is dat het voortbestaan van de wereld niet garandeert maar in gevaar brengt. Globalisering is mooi, maar blijkt ook te leiden tot ongelijkheid, armoede, prijsopdrijving, klimaatsverandering en, wat geheel nieuw is, tot zogenaamde virale migratie, een explosieve toename van pathogenen in omgevingen die daartegen geen weerstanden hebben. Met het zicht op die realiteiten moeten de VN, de Europese Unie en de lokale politiek de handen ineenslaan om een nieuw politiek ideaal te formuleren dat aan de waan van de dag voorbijgaat, de overheid in ere herstelt, de financiële markten (het Global Casino) onder het regime van de Wet op de kansspelen brengt, de nutssector revalideert en de wetgever de plaats geeft die hij conform de onveranderde regels van Montesquieu moet bezetten: in het hart van de trias politica. De markt is daaraan dienstbaar en dus ondergeschikt, en niet omgekeerd, zoals Bolkestein meent. De belangrijkste waarschuwing die uit diens verhaal opklinkt is dat de Europese Commissie in handen lijkt te zijn gekomen van een geborneerde ideologie die trefzeker op destabilisering van de grondslagen van onze samenleving afkoerst. Wat vooral merkwaardig mag heten is het feit dat de Europese Commissie kennelijk een eigen koers mag varen en geen afspiegeling hoeft te zijn van het debat in de lidstaten, waar deze liberaliseringsideologie in toenemende mate wordt betwist en vervangen door onzekere concepten als de derde weg, het vierde model, de neo-verzorgingsstaat, het neo-nationalisme of de regionalisering. De boodschap is dus inderdaad dat de Europese instellingen geen boodschap hebben aan medezeggenschap, inspraak en debat. De Washingtonconsensus moet dus maar beter voortaan de Brusselideologie gaan heten, althans in Europa. Op een dag zitten Frits Bolkestein en zijn collega-controleur Mario Monti tevreden op een Brusselse etage te kijken naar een geheel geliberaliseerd Europa, waar iedereen elkaar conform de theorie van Thomas Hobbes naar het leven staat. Maar zij zien die vechtende massa niet, want daarvoor is het buiten te koud. De Warme Golfstroom heeft het continent definitief in de steek gelaten.

Terug 

IMSA zoekt wegen naar duurzame ontwikkeling, zowel samen met opdrachtgevers als op eigen initiatief. Daarbij kiezen we nadrukkelijk positie op het grensvlak van bedrijven, overheid, wetenschap en de kritische buitenwereld.



  Deze video gaat over IMSA Amsterdam, over onze visie en inspiratiebronnen.

Deel 1:   'Inspiration to change' 
Deel 2:   'Politics of change' 





IMSA Amsterdam
Prins Hendriklaan 15
1075 AX Amsterdam
Tel.: +31(0)20-5787600
Fax: +31(0)20-6622336
info@imsa.nl