|
|
|
Publicaties
Hieronder de complete lijst met artikelen die door IMSA zijn geschreven of over ons zijn verschenen. Klik in het menu hiernaast voor een overzicht per jaartal.
11 mei 2002 - Wouter van Dieren
Milieubeweging mag niet worden gedemoniseerd
De mogelijke moordenaar van Fortuyn noemt zich milieuactivist, en dat is niet waar. In een zelfportret op een website beschrijft de man zich als een dierenbeschermer met een voorkeur voor de activiteiten van groepen als het Dierenbevrijdingsfront, een vleugel die met het milieu niet veel te maken heeft en soms agressief is. Maar het kwaad is al geschied en alom wordt de hele milieubeweging nu gedemoniseerd, alsof de dagen van RAF en RaRa zijn teruggekeerd waar links stond voor verstoring, protest, demonstratie, waterkanon en rookbom.
Het is een gevaarlijke stemming, waartegen ik met kracht stelling neem. In de meer dan drie decennia waarin we van een milieubeweging kunnen spreken, is er steeds sprake geweest van zowel overleg als escalatie. In de jaren zeventig reageerden aangevallen partijen zoals de chemische bedrijfstak en de kernindustrie met forse agressie. Dat kostte de grondlegger van Greenpeace, Dave McTaggart, een oog en de anti-atoomactiviste Karen Silkwood (ooit gespeeld door Meryl Streep) het leven. De Rainbow Warrior van Greenpeace werd door de Franse geheime dienst tot zinken gebracht, niet door ordeverstoorders van de straat. Honderden geweldloze activisten werden opgepakt, opgesloten en veroordeeld; hard optreden van de zijde van het establishment was eerder regel dan uitzondering. De milieubeweging heeft daarop met groeiende professionalisering gereageerd, maar niet kunnen verhinderen dat de agressie aan de rand is geëscaleerd. In de VS en Canada opereerde jarenlang Earth First, dat niet terugdeinsde voor een regelrechte oorlog met de even agressieve houtkapindustrie, en er vielen doden. Het racen met rubberbootjes rond walvisvaarders en (atoom)afvalschepen is geen kalme bezigheid; daarbij is het gevaar voor beide partijen minstens even groot. Bij radicale doch incidentele acties in heel Europa zijn winkels en benzinestations in brand gestoken. De Franse boerenheld Bové maakte geschiedenis door het symbool van Amerikaans consumentisme, een McDonaldsvestiging, uit elkaar te schroeven. In de jaren tachtig zagen we om de week vooral in Duitsland zogenaamd ludieke acties in de vorm van het leeghalen van winkelschappen uit protest tegen bijvoorbeeld plastic flessen en wasmiddelen. Bij menig treffen tussen boeren en milieumensen is letterlijk met mest gegooid. Naar elkaar. Dierenbevrijdingsfronten zijn actief in Amerika, Japan, India en Europa en sommige zijn zeer agressief.
Helaas, het heldendom van dierenbevrijders en campagnevoerders trekt niet alleen integriteit aan. Zo'n tiental jaar geleden werden veel groene organisaties geconfronteerd met een merkwaardige infiltratie van incompetentie en blinde radicaliteit. Het was verbazend om te zien hoe weinig men wist van de wetten van het activisme. Dat is niet uit de lucht komen vallen; het heeft een lange voorgeschiedenis, die je kunt samenvatten met het adagium van Gandhi. Deze leerde zijn volgelingen dat de rechtvaardige strijd alleen gewonnen kan worden als wordt voldaan aan drie voorwaarden. Ten eerste: er moet een mandaat zijn. Wij vertalen dit naar de verenigingsvorm. Opmerkelijk is dat sleutelorganisaties als Greenpeace, WNF en Stichting Natuur en Milieu (en vele andere) hier niet echt aan voldoen. Het formele mandaat wordt daar vervangen door een soort van marketing, waarbij de consumenten met contributies betalen voor het milieuproduct dat deze 'merken' leveren. Ten tweede: de gebruikte gegevens moeten vlekkeloos zijn. Je wint het gevecht op de absolute, compromisloze zuiverheid van het argument. De industrie zou toch wel liegen, van de politiek wordt sowieso niet de waarheid verwacht, maar de samenleving verwacht dat de critici geen fouten maken. De grote milieuwinst van de afgelopen dertig jaar is vooral door deze waarheidsgelofte geboekt. De derde conditie van Gandhi is geweldloosheid. Wie geweld gebruikt, verliest het mandaat, het recht van spreken en dus het conflict.
Rechts en links totalitair radicalisme ontmoeten elkaar op dit raakvlak van incompetentie, absolutisme en geweld. Relativering is daar afwezig en intolerantie is eerder regel dan uitzondering. De dierenbevrijders van PETA, een wereldwijde organisatie die zich vooral keert tegen de gruwelijkheden in de (illegale) veehandel, koestert een zodanig vijandsbeeld dat bestuur en activisten zichzelf in doolhoven van anonimiteit en obscuriteit verstoppen. Het doel heiligt de middelen. Maar de conclusie moet zijn dat het absolutisme is voorbehouden aan zeer marginale groeperingen, en de aanhang ervan is kleiner dan de invloed ervan doet vermoeden. En niet in de laatste plaats omdat de extremen zo veel aandacht krijgen van de media. De meerderheid van het Europese milieugebeuren is nu ingepolderd en geprofessionaliseerd. Het milieuonderzoek is van topkwaliteit. Het grijze milieuprobleem van emissies, afval en energie is nu gevangen in procedures, wetgeving en convenanten. Dat is grotendeels op orde. Het groene milieu gaat over ruimte, landschap en landbouw, en daar moeten veel moeilijker keuzes worden gemaakt. De integere dierenemancipatie komt daarbij in de knel. Omdat het slecht gaat met dit groene milieu, vinden extreme groepen daarin een rechtvaardiging om zich luider te manifesteren. Dat is vooral het geval binnen de beweging van de radicale dierenbevrijders, waar men is bevangen door een sentimenteel redderssyndroom dat hen ieder zicht op de werkelijkheid ontneemt. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat deze zelfhypnose (ik red het beestje, ik red de wereld) veel kan verklaren.
Terug 
|
|
|
|