|
|
|
Publicaties
01 augustus 2007 - Wouter van Dieren
Natuurgrenzen en gebruiksgrenzen van de Waddenzee
Sinds in 1966 de Waddenvereniging werd opgericht, is het gebied het decor, het onderwerp en het podium zelf geweest van een onophoudelijk strijdtoneel. Onenigheid was – en is – er over ongeveer alles wat zich daar afspeelt. Wel of geen havenuitbreidingen. De vestiging van een chemie-complex in Delfzijl. De Eemshaven. Visserij, en dan met name die op mosselen, kokkels en garnalen. Zeehonden. De komst van de windmolenparken. Gasboringen en gaswinning. Nieuwbouw op de eilanden.
Deze controverses worden omringd door een groot aantal betrokkenen of belanghebbenden, zoals de bewoners van het gebied zelf en de natuurorganisaties, zowel regionaal als landelijk. De hoeveelheid wetenschappers die zich sindsdien – en lang daarvóór – heeft beziggehouden met het wad moet inmiddels vele duizenden bedragen. Al in het midden van de negentiende eeuw publiceert Holkema over de duinvegetatie (1) van de waddeneilanden. Op de eilanden wemelt het van de lokale amateurbiologen, wier waarnemingen evenzeer meetellen in het enorme databestand van de wadden als die van de professionele ecologen. Op Terschelling bevond zich ooit het Biologisch Station, gehuisvest in een vm. gebouw van de Wehrmacht, de z.g. Oostbatterij aan de Badweg van Oosterend, later in de Oude MULO-School te Midsland, een dependance van het RIN (Rijksinstituut voor Natuurbeheer), dat later in het IBN opging, waaruit tenslotte Alterra/IMARES is voortgekomen. Op het station stonden de stapelbedden voor studenten van de biologische faculteiten, met grote namen als Westhoff, Brouwer, Mörzer-Bruyns, Verwey en Kuenen als geestdriftige inwijders in de geheimen van de waddennatuur. Lees verder.
Terug 
|
|
|
|