03 maart 2008 - Wouter van Dieren
Geen mosselen meer? Was dat de bedoeling?
De mosselsector dreigt uit Nederland te verdwijnen. De uitspraak van de Raad
van State over de onrechtmatigheid van verleende vergunningen voor de
zogeheten voorjaarsvisserij 2006 op mosselzaad in de Waddenzee, zet de
vangst op slot. De kans dat
er alsnog een vergunning wordt verleend voor de jaren 2008, 2009 en 2010, is
vrijwel nihil.
Omdat de vissers geen uitwijkmogelijkheden hebben, valt het doek voor een
vloot van 72 schepen en circa 3500 arbeidsplaatsen, in vooral Yerseke en
Bruinisse. Vroeger werd nog wel eens mosselzaad uit Ierland aangevoerd, maar
dat is nu verboden, omdat dan de Zeeuwse wateren door vreemde smetten beïnvloed
zouden worden.
Geen Zeeuwse mosselen meer. Aan een eeuwenoude traditie komt plotseling een
einde als uitkomst van een juridisch steekspel. De vraag is hoe zo'n drama
kon gebeuren en vooral hoe de overheid denkt de vissers schadeloos te gaan
stellen.
De Raad van State accepteerde tot dusverre wel enige onzekerheden over
veronderstelde schade aan de wadbodem, conform het principe dat ook bij de
gaswinning wordt gehanteerd, hand aan de kraan, hier dan hand aan de kor.
Het onderhavige conflict gaat over de vraag of de mosselzaadvisserij schade
veroorzaakt aan de wadbodem, of de biodiversiteit van de diepere
mosselbanken bij bevissing slechter, beter of gelijk is aan die van de
ongestoorde banken.
Een rapport uit 2006 van kennisinstituut IMARES (voorheen RIVO) stelt dat er
niet zo veel verschil lijkt te zijn. Een vervolgonderzoek uit 2007
concludeert hetzelfde. Maar zekerheid ontstaat pas na vele jaren
vergelijkend onderzoek, af te ronden in 2010.
Dat onderzoek ligt op schema. Minister Veerman heeft twee jaar geleden de
mosselsector de garantie gegeven dat men tot 2020 de tijd krijgt om de
mosseltechniek te verduurzamen, en het ministerie heeft de betreffende
vergunningen verleend. Deze worden nu aangevochten door de
natuurorganisaties en enkele kritische biologen. Met de uitspraak van de
Raad van State wordt de sector een dodelijke slag toegebracht.
Hoewel de veronderstelde schade aan de Waddenzee wellicht meevalt, hebben de
Zeeuwse mosselvissers door hun asociaal gedrag het onheil ook over zichzelf
uitgeroepen. Op enkele bestuurders na, die de achterban hebben gewezen op de
onwrikbare eisen van Natura 2000 ofwel de Europese Vogel- en
Habitatrichtlijn (VHR), gedroeg de mosselsector zich de laatste jaren lomp,
ongenuanceerd en agressief. Leden en onderzoekers van de Commissie-Meijer
(naar bodemdaling door gaswinning) werd verweten dat zij zich hadden laten
omkopen door Shell en NAM en dat de deal tussen de toegelaten gaswinning en
de uitgekochte kokkelvisserij van tevoren was bekokstoofd.
Over de wetenschappers wordt door de mosselvissers rondgebazuind dat niemand
te vertrouwen valt, en iedereen aan de teugels van de Waddenvereniging
loopt. Op de stoep van het Waddenhuis werd ooit een berg visafval gestort.
Nog maar enkele jaren geleden riepen mosselheethoofden op tot een tocht naar
het Binnenhof om daar de 'waddenvriendjes' te gijzelen.
Met de zwarte doos, die het visgedrag binnen de toegewezen percelen
registreert, werd tot tien jaar geleden gesjoemeld. Nog in december 2006
werden gesloten onderzoeksvakken illegaal bevist, waarmee het
wetenschappelijke onderzoek op die percelen werd gedupeerd.
Maar minstens even ernstig is het gedrag van de Directie Visserij van het Ministerie van LNV. Daar entameerde men tussen 1999 en 2003 het zogeheten
EVA II-onderzoek, dat uitsluitsel moest geven over de relatie tussen
schelpdiervisserij en voedselreservering voor eidereenden, kanoeten en
scholeksters. De betrokken onderzoekers van het NIOZ, Alterra en RIVO werden
onder zware druk gezet om hun resultaten aan te passen aan gewenste
uitkomsten. En de vergunningen werden tot voor enkele jaren verleend zonder
dat aan de procedures was voldaan die volgens Natura 2000 vereist waren.
Dat de natuurbescherming onder deze omstandigheden een steeds hardere
opstelling ging kiezen, valt te begrijpen. Een door LNV ingestelde commissie
onder leiding van Sicco Heldoorn, burgemeester van Assen, die ten doel heeft
te komen tot langetermijnafspraken tussen mosselkwekers en
natuurbescherming, bleek al gauw een arena te worden waar beide partijen tot
confrontaties kwamen. Heldoorn kan z'n opdracht nu teruggeven, want de
mosselsector zit de komende jaren zonder inkomen en kan de afgesproken
verduurzaming wel vergeten. Men gaat collectief failliet.
Valt de vissers en LNV veel te verwijten, ook de groene activisten treft
blaam. Daar verdedigt men de biodiversiteit van grotendeels onbekende
onderwaterbodems tegen schade die niet doorslaggevend is aangetoond. Dat
lijkt niet erg op natuurbescherming. Ook het door de Raad van State
gehanteerde voorzorgprincipe is hier niet toepasbaar, want dan moet je op
z'n minst weten tegen welke mogelijke schade je het principe inzet, en die
is hier onbekend.
Bizarre bijkomstigheid is dat de grootste en wel bekende bedreiging van de waddennatuur bestaat uit de invasie van de Japanse oester, een exoot die de
beschikbare biomassa absorbeert, dus ook van andere schelpdieren, maar die
oneetbaar is voor de vogels. Alle hens aan dek tegen deze woekeraar, zou je
dus zeggen, in plaats van schijnoverwinningen ten behoeve van mosselen die
straks sowieso het onderspit delven tegen de Japanner. Wat niet uit Ierland
mocht komen, immigreert via de Grevelingen uit Japan.
De natuurbescherming zegt nu 'verheugd' te zijn over de uitspraak van de Raad
van State, en dat geeft te denken. Want de fundamentele kwestie is hoe
ecologische en economische polarisaties tegen elkaar worden uitgespeeld. Het
kan zijn dat een stuk natuur zo uniek is dat geen enkel economisch belang er
tegenop weegt. Hier gaat het om een overwinning van het groene onbekende op
3500 arbeidsplaatsen en een economische waarde die in de miljarden loopt.
De natuurbescherming blijft zitten met een pyrrusoverwinning. Wie de
mosselsector vernietigt, verliest de legitimatie om zich een ethische,
maatschappelijke factor van betekenis te mogen noemen. Dansen op het graf
van anderen, daar worden natuur en milieu niet beter van.
Terug 
|