Publicaties
Publicaties

01 december 2008 - -
Kredietcrisis biedt ook kansen voor verpakkingsindustrie

Verpakken moet en mag, verbranden en storten kan straks niet meer, recyclen doen we nog even en daarna wordt alles anders. Dat is de visie van Wouter van Dieren, directeur van IMSA Amsterdam, denktank voor duurzaamheid en innovatie én lid van de Club van Rome. Van Dieren was nauw betrokken bij de totstandkoming van de verpakkingsconvenanten. Voor de komende tien jaar verwacht de milieugoeroe veel van het innovatief vermogen van de verpakkingssector.

De kredietcrisis geeft volgens Van Dieren een eerste aanzet tot ingrijpende en broodnodige veranderingen. “Te beginnen met een reality-economie, die nu eens niet gebaseerd is op het casino dat ‘aandelenbeurs’ heet. Op verspilling, sturing via geld, hebzucht en graaikapitalisme. In plaats daarvan gaan we sturen op klimaat en dus niet op het optimaliseren van centen. Verpakkingen krijgen te maken – evenals alle andere producten – met een sturing op klimaat, met meer zogenaamde flexenergie (decentrale energievoorziening), met het cradle-to-cradle-denken en met ‘small is beautiful’.” In 1993 maakte Van Dieren al bezwaar tegen wat hij noemde de balloneconomie. “Toen was de wereld te klein. Nu, 15 jaar later, krijg ik gelijk. Het huidige systeem is onlogisch, terwijl iedereen dacht dat het om de werkelijkheid ging.”

Bamboebossen
Op de Vouwkartonnagedag van Pro Carton Nederland op 30 september jl. hield Van Dieren een lezing over de toekomst van papier en karton. Volgens Van Dieren krijgen we te maken met een groot grondstoffentekort, dat ook geldt voor de grondstof van papier en karton. De wereldwijde groei van 77% voor de pulp-, papier- en drukwerksectoren zal tot 2020 een zware druk leggen op grondstoffen. Van Dieren: “Er moet worden gezocht naar nieuw, duurzaam en betaalbaar vezelmateriaal. Tot nu toe hebben we nog steeds te maken met een netto ontbossing van zo’n 7,3 miljoen hectare per jaar. Jaarlijks groeien de woestijnen met 50.000 km2. Er wordt door de papier- en kartonindustrie wel geïnvesteerd in nieuwe aanplant, maar ergens zit er wat scheef, want die aanplant houdt geen gelijke pas met de vraag. Een alternatief is het aanplanten van bamboebossen die snel groeien. Het probleem is dat we die vezels nog niet een-twee-drie tot papier kunnen verwerken. Dat vraagt om langeretermijninvesteringen in nieuwe machines. Voordat je deze bossen full swing in productie kunt nemen, ben je zo 15 tot 25 jaar verder. Zo ver kunnen de meeste producenten niet kijken. De markt en de overheid geven geen prikkels waarmee de noodzaak van ecologische investeringen op de lange termijn duidelijk wordt.”

Olie- en gaspieken
Ook kunststofverpakkingen krijgen het moeilijk. Van Dieren: “Onze traditionele grondstoffen raken uitgeput. Als een olie- of gaspiek de helling opklimt gaat het langzaam. We hebben er honderd jaar over gedaan om de piek te bereiken. Maar de helling af gaat razendsnel. De laatste resten van grondstoffen worden exponentieel opgemaakt.” Een oplossing voor deze tekorten is het ontwikkelen van nieuwe materialen, gemaakt van andere grondstoffen. Vooral TNO is volop met geavanceerde materiaalkunde bezig, aldus Van Dieren. Hij vult aan: “Er worden veel nieuwe producten ontwikkeld. Technische hoogstandjes, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van nanotechnologie.” Minder somber is Van Dieren over de voorraden steenkool, een grondstof die ook ingezet kan worden door de verpakkingsindustrie. “De mijnen gaan weer open en er komt geen mijnwerker meer aan te pas. De mijnen worden met nieuwe technieken geëxploiteerd. We hebben nog voor zo’n duizend jaar steenkool liggen. Natuurlijk blijven we goederen verpakken, maar dan wél in andere materialen. Materialen van de eerste contouren zichtbaar worden.”

Transport
Los van materiaalontwikkeling kunnen we alvast een start maken met het efficiënt omgaan met transport. Volgens Van Dieren zullen verpakte goederen en hun transport de komende jaar worden afgemeten aan hun CO2-uitstoot. “We zullen zien dat de zogenaamde ‘footprint’ wordt verrekend via belastingen en prijzen. Er komen dus andere prijs/kwaliteitverhoudingen. Iedereen weet dat verpakkingen nodig zijn. De vraag is hoe we die veranderende verhoudingen gaan omzetten in andere prijzen. Het doel is dat we via de producten die we kopen ook betalen voor klimaat, milieu en onze toekomst.” Als voorbeeld noemt Van Dieren het zogenaamde aardbeienyoghurtmodel dat tien jaar geleden werd ontwikkeld door het  Duitse Wuppertal-instituut. “Daar is toen uitgerekend wat het kostte aan milieu- en energieverbruik om een bekertje yoghurt te maken. Het idee was vervolgens om de milieu-efficiency ervan met een factor tien te verbeteren. Dat leidde ertoe dat het bekertje slechts een paar cent duurder zou worden, maar dat er dan wél was betaald voor klimaat, milieu en toekomst. De uitdaging ligt er nu ook voor de verpakkingsindustrie om de efficiency met factor tien te verbeteren. Met als gevolg dat we ook het klimaat en milieu met eenzelfde factor minder belasten. Om dit in gang te zetten heeft de overheid klimaatdoelstellingen gerealiseerd. Natuurlijk zien we al voorlopers die dit oppakken, net als er achterlopers zullen zijn. Maar uiteindelijk moeten we het wél gaan doen. We kunnen niet langer de schade die transport toebrengt aan het milieu onbelast laten. Een andere optie is om lege vrachtruimte te belasten. De CO2-kostenpost is te lang onberekend gebleven. Als we de klimaatdoelstellingen willen halen dan zal CO2 40 euro per ton moeten kosten. Nu rijdt tussen de 40% en 50% van de vrachtauto’s, na het afleveren van goederen, leeg terug. Het is beter om die wagens weer te vullen voordat ze terug gaan rijden. Als dat niet lukt, dan moet er betaald worden voor de lege vrachtauto.” Een voorbeeld van efficiënt transport noemt Van Dieren de ingedikte sinaasappelsap uit Spanje. “De sinaasappels worden nu geperst en het sap wordt vervolgens ingedroogd. Eenmaal in Nederland wordt er weer water toegevoegd. Water transporteren heeft geen zin. Maar het gebeurt nog veel te veel.”

LCA’s
De verpakkingssector heeft veel gerekend met  LCA’s. Dit staat voor levenscyclusanalyses, vooral ten behoeve van het convenant. Daarin wordt het effect van retourverpakkingen en langeafstandstransporten berekend. Van Dieren herinnert zich dat indertijd meervoudige kunststofkratten er beter uitkwamen dan enkelvoudige kartonnen dozen. “Dat was een onverwachte uitkomst. Het voordeel van de inzet van retourkratten hing echter wel van het aantal transporten af. We hebben hier recentelijk weer over gediscussieerd bij Spa. Een paar jaar terug had de Spa-retourfles een zware onderkant, die nodig was voor de sorteermachine. De kunststoffles ging na gebruik terug naar de bottelarij in de Ardennen om gevuld te worden. Dit bleek qua energiegebruik een hogere belasting dan het gebruik van eenmalige flessen. Nu zijn ze weer terug bij de wegwerpflessen, die als plastic bij de afvalstroom terechtkomen. Een dilemma voor de consument die retourverpakkingen als milieuvriendelijker zal ervaren. Plastic in de afvalstroom is in China aangepakt door de kleine zakjes, die je bij de supermarkt krijgt voor enkele boodschappen, te verbieden. Er gaan in China jaarlijks 365 miljard van die zakjes over de toonbank!”

Visa Green Card
We kunnen volgens Van Dieren klimaatprestaties goed combineren met normaal consumentengedrag. Onder andere met de Visa Green Card die in Nederland is ontwikkeld. Het idee komt van Tendris en de Rabobank. “Van alles wat de consument koopt en betaalt met de Green Card wordt de CO2-belasting uitgerekend. De consument heeft een bepaalde hoeveelheid CO2 ingekocht en daar wil hij van af. Visa zorgt daarvoor. Die garandeert dat jouw CO2-lasten worden omgezet in groene investeringen. Bijvoorbeeld in bosaanplant of in windmolens.  Zo word je beloond voor het gebruik van de Visa Green Card. Inmiddels is van veel producten én verpakkingen de klimaatbelasting bekend. Nu maar hopen dat deze Card snel internationaal wordt uitgerold.” Er kleeft volgens Van Dieren wel een nadeel aan dit systeem. “De verpakkingsindustrie kan bijvoorbeeld achterover gaan leunen en denken: het maakt niet uit wat ik doe, mijn CO2-belasting wordt tóch wel gecompenseerd.”



Terug 

Vraag:
Wat mag er in of onder uw “achtertuin”?
Een kleine kernreactor
Een windmolenpark
De CO2-opslag van een kolencentrale


Bekijk resultaten
Lees meer achtergrondinformatie


  Deze video gaat over IMSA Amsterdam, over onze visie en inspiratiebronnen. De film is gebaseerd op het symposium van 20 april 2006, 'The Limits - Looking Back and Beyond' en is verdeeld in twee delen:

Deel 1:   'Inspiration to change' 
Deel 2:   'Politics of change' 



De Global Assembly van de Club of Rome op 26 en 27 oktober 2009 stond in het teken van ‘klimaat, energie en economisch herstel’. De bijeenkomst resulteerde in de Verklaring van Amsterdam, die werd aangeboden aan de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen. Hij zal de boodschap inbrengen in de VN-klimaatconferentie in Kopenhagen.

Lees meer